Deze zomer weerklonk regelmatig de roep om een referendum. Er moest een referendum komen over een circulatieplan in Aalst, over de komst van twee kerncentrales in Terneuzen, over het al dan niet invoeren van de euro in Bulgarije en over het functioneren van de president van de Servische deelrepubliek in Bosnië-Herzegovina. Maar een referendum is een ‘slecht goed idee’ dat regelrecht indruist tegen de principes van de representatieve democratie. Dat betoog ik onder meer als schepen in Antwerpen die afkomstig is van Borsbeek. Daar werd in 2023 een referendum georganiseerd over toetreding tot de stad Antwerpen.
Als burger kiest u een medeburger die zich verkiesbaar heeft gesteld. Zo schenkt u die medeburger uw vertrouwen. Als burger vertrouwt u er daarmee ook op dat de verkozen burgers genoeg expertise rond zich verzamelen om doordacht beslissingen te nemen over complexe materies. Maar het vertrouwen in de politiek beleeft een crisis.
Of het nu over gemeenten, provincies, de Vlaamse of federale regering gaat: overal wordt met een coalitie bestuurd. Alleen gemeenten met een absolute meerderheid van één enkele partij ontsnappen aan het coalitiemonster. Dat monster vermorzelt elk verkiezingsprogramma en spuwt een flauw afkooksel uit. Gevolg? Burgers krijgen niet ‘waarvoor ze gestemd hebben’, wat dan weer tot de nodige frustratie leidt. Ook bij politici. En dan weerklinkt de lokroep van rechtstreekse burgerparticipatie.
Het coalitiemonster vermozelt elk verkiezingsprogramma en spuwt een flauw afkooksel uit.
Laat de burger toch rechtstreeks beslissen! Liefst van al met overgesimplificeerde referenda waardoor de polarisering in de maatschappij, en dus de extreme partijen, zeker genoeg zuurstof krijgen. Daarmee wordt de politiek paradoxaal genoeg nog minder verantwoordelijk gemaakt. Want die kan haar verantwoordelijkheid afwentelen op de referenda.
Mensen hebben de neiging om vast te houden aan wat ze kennen, zeker als de verandering complex of onzeker is. Onbekende of ingrijpende veranderingen voelen riskanter aan, en in het stemhokje vertaalt dat zich bij referenda in ‘liever niet’. En als de vraag behoorlijk ingewikkeld is, kiezen kiezers bij twijfel makkelijk ‘nee’. Campagnes tegen een voorstel hoeven vaak dus alleen maar twijfel zaaien. Zo is brexit eigenlijk een dikke vette nee tegen Europa; net zoals de Fransen en Nederlanders in 2005 ook tegen de EU-grondwet stemden of Australië in 1999 tegen de republiek.
In mijn allereigenste Borsbeek werd in 2023 een volksraadpleging gehouden met de vraag: ‘Wenst u dat de gemeente Borsbeek gefuseerd wordt met de stad Antwerpen? Ja of nee?’ Van de 8966 stemgerechtigde inwoners stemden er 3207. Met een opkomstpercentage van 35 procent werd de vereiste participatiedrempel van 20 procent ruimschoots gehaald. En ja hoor, het nee-kamp won, as always. Maar het referendum was niet-bindend.
Een referendum biedt geen ruimte voor compromissen, alternatieven of nuance.
De gemeenteraad keurde met 16 tegen 3 en met 2 onthoudingen de fusie wel goed. In Antwerpen waren er 29 stemmen voor, 5 tegen en 8 onthoudingen. Wat heeft dat referendum bijgedragen? Aan het vertrouwen in de politiek weinig. Men moet trouwens maar eens uitrekenen hoeveel stemmen een gemeenteraadslid nodig had om verkozen te raken en dat afwegen tegen het aantal stemmen in het referendum …
Veel politieke kwesties zijn te genuanceerd om in een binair antwoord te vatten. Een referendum biedt geen ruimte voor compromissen, alternatieven of nuance. Veel onderwerpen vergen specialistische kennis die de gemiddelde burger niet altijd heeft. Dat is niet elitair; dat is een feit. Politici worden verkozen om moeilijke beslissingen te nemen. Referenda schuiven die verantwoordelijkheid af op de kiezer. Bovendien kunnen referenda beïnvloed worden door tijdelijke emoties of incidenten en zijn ze dus vatbaar voor misinformatie en populisme.
Over burgerparticipatie gesproken. U hebt gestemd op politici en u kunt ze de volgende keer genadeloos wegstemmen. Hebt u ook gekozen voor het groepje geëngageerden die participatieprojecten bemannen en bevrouwen? Kent u die allemaal? Weet u wat hun politieke voorkeur is en kent u de motivatie achter hun engagement? Het is geen geheim dat burgerparticipatie veel semi-professionele geëngageerden met politieke stempel aantrekt. Het verschil met een brede gemeenteraad is dat die wel democratisch verkozen is en wellicht evenwichtiger samengesteld …
Als men niet de moeite doet om te gaan stemmen, wat is kritiek op beleid dan nog waard?
Het vertrouwen in de politiek herstellen moet in twee richtingen gebeuren. Beste politici, communiceer vanaf dag één duidelijk en breed; wees loyaal aan bestuursakkoorden; verdedig het beleid, ook al durft dat al eens te wringen met de allerpersoonlijkste overtuiging; laat u goed omringen met experts en al zeker met experts die durven tegenspreken; toets ideeën tijdig af…
Medeburgers verkiezen is vertrouwen schenken. Net daarom is het jammer dat we de stemplicht op gemeentelijk niveau – het beleidsniveau waarin burgers elkaar het snelst en meest tegenkomen – hebben afgeschaft. Tegelijkertijd, als men al niet de moeite doet om te gaan stemmen, wat is kritiek op beleid dan nog waard? Vertrouwen moet men verdienen.
Een gemeenschap besturen is een complexe materie waarvoor je administratie en kabinetten (expertise) en politici (vertegenwoordiging van de burger) samenbrengt om zo weloverwogen beleid te voeren. Politici die voorstander van een referendum zijn, zouden, als ze consequent zijn, hun eigen job afschaffen. Zwier gewoon alles in een poll op sociale media en het voorstel dat tegen het einde van de dag de meeste stemmen heeft, dat haalt het! Veel geluk om met zo’n Facebookdemocratie structureel beleid te voeren in een gemeente, regio of land.
Politici die voorstander van een referendum zijn, zouden, als ze consequent zijn, hun eigen job afschaffen.
Hoe krijg je wel meer vertrouwen? Ten eerste door een duidelijke bevoegdheidsverdeling. We zitten met een gelaagdheid waardoor verschillende niveaus vaak met dezelfde thema’s bezig zijn en bevoegdheden overlappen. Burgers en bedrijven raken daardoor verward: tot welk niveau moet ik me waarmee richten? En wie is echt verantwoordelijk? Bestuurlijke wirwar en efficiënt beleid gaan moeilijk samen.
Ten tweede: first past the post. Het grote voordeel van het Britse systeem van ‘de eerste aan de meet wint alles’ is dat de kans op absolute meerderheden groot is. De kiezer weet op voorhand wat de plannen zijn en die kunnen meteen in gang worden gezet. Is de kiezer ontevreden met de aanpak, dan zal de volgende keer wellicht iemand anders als eerste finishen.
Dit systeem zet logischerwijs een stevige druk op het politieke landschap, waardoor een herverkaveling zich aandient. Minder partijen, meer vertrouwen? Indien akkoord, antwoord dan met een duimpje! Of laat ons daar een referendum over organiseren? Alle gekheid op een stokje.